Einde inhoudsopgave
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/VI.2.1
VI.2.1 Publiekrechtelijke zorgplicht
mr. N.M. Brouwer, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. N.M. Brouwer
- JCDI
JCDI:ADS278885:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht / ICT
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 4:19 Wft.
Artikel 4:23 Wft, ook wel het ‘ken-uw-klant’-beginsel genoemd. Hierbij zij opgemerkt dat van de verplichting om bij advies een profiel op te stellen en het advies daarop af te stemmen bepaalde eenvoudige financiële producten zoals schadeverzekeringen, door middel van een vrijstelling zijn uitgezonderd, aldus Kamerstukken II 2005/06, 29708, nr. 19, p 512. Vergelijk ook artikel 1:21 onder a Wft. Overigens heeft te gelden dat indien uitdrukkelijk niet wordt geadviseerd (artikel 4:23 lid 2 Wft) dit de financiëledienstverlener niet ontslaat van de verplichting om zijn cliënt adequaat voor te lichten (Kamerstukken II 2005/06, 29708, nr. 19, p 513).
Op de in artikel 4:24a Wft neergelegde zorgplichten wordt slechts bij evidente misstanden een beroep gedaan (4:24a lid 3 Wft). Vgl. Kamerstukken II 2012/13, 3362, 3, p. 27 en S.Y.Th. Meijer, ‘Hoe verder met de zorgplicht?’, AV&S 2017/11, p. 60.
Artikel 4:24a lid 2 Wft. Inmiddels heeft de wetgever bekend gemaakt dat deze generieke zorgplichten tevens de invulling vormen voor de in februari 2018 te implementeren Richtlijn verzekeringsdistributie neergelegde norm dat verzekeringsdistributeurs zich op ‘loyale, billijke en professionele wijze’ voor de belangen van hun klanten moeten inzetten. Dat deze invulling vragen oproept over hoe beide normen zich tot elkaar verhouden blijkt uit voornoemd artikel van Meijer, AV&S 2017/11. Voor verdere informatie op dit punt zie ook J.Ph. Broekhuizen, ‘Convergenties in de keten, zorgplichten, product governance en de IDD’, AV&S 2016/45, p. 225-235.
Zie O.O. Cherednychenko, ‘Het private in het publiekrecht: over de opmars van het financiële ‘toezichtprivaatrecht’ en zijn betekenis voor het verbintenissenrecht’, Rechtsgeleerd Magazijn THEMIS 2012/5, p. 235 en C.J. de Jong, ‘Publiekrechtelijke zorgplichten voor verzekeringstussenpersonen’, NTHR 2011/1, p. 28, alsmede C.J. de Jong 2012, p. 38.
Nu de nadruk in dit artikel niet zozeer ligt op de zorg die de assurantietussenpersoon vanuit het publiekrecht dient te betrachten, bespreek ik dit aspect slechts beknopt. Daarbij streef ik derhalve niet naar volledigheid. De publiekrechtelijke gedragsregels zien met name op (i) het zoveel mogelijk opheffen van de informatiediscrepantie die tussen de tussenpersoon en aspirant-verzekeringnemer bestaat en (ii) op het scheppen van transparantie in de dienstverlening en het (financiële) product. De financiëledienstverlener moet zowel informatie verstrekken als informatie inwinnen. De (precontractueel) te verstrekken informatie moet correct, begrijpelijk en niet misleidend zijn1 en dient die gegevens te bevatten die redelijkerwijs relevant zijn voor een adequate beoordeling van het product.2 De in te winnen informatie ziet – wederom voor zover relevant en voor zover sprake is van advisering – op de financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van de klant.3 Is er geen sprake van advisering, dan moet informatie worden ingewonnen over de kennis en ervaring van de consument, zodat de financiëledienstverlener kan beoordelen of het product passend is voor de cliënt.4 Het informeren van de klant stopt bovendien niet op het moment dat de verzekeringsovereenkomst is gesloten. Ook indien zich gedurende de looptijd wezenlijke wijzigingen voordoen in de door de financiëledienstverlener verstrekte informatie, dan moet deze zijn klant daarover informeren.5
Artikel 4:24a Wft bepaalt verder bij wijze van vangnetbepaling6 dat een tussenpersoon de gerechtvaardigde belangen van de cliënt op zorgvuldige wijze in acht dient te nemen7 en dat, indien sprake is van advisering, de tussenpersoon in het belang van de cliënt dient te handelen.8
Een overtreding van een publiekrechtelijke gedragsnorm heeft niet zonder meer ook civielrechtelijke gevolgen. De publiekrechtelijke normen zijn evenwel ook in het kader van de privaatrechtelijke zorgplicht van belang, nu deze zorgplicht uit open normen bestaat. Een overtreding van een publiekrechtelijke norm vormt een indicatie dat de intermediair niet als een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot heeft gehandeld. De publiekrechtelijke normen werken in het privaatrecht door: zij kleuren de open normen in.9