Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/5.9.3
5.9.3 UBO-begrip
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633728:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Tussen deze criteria bestaat geen rangorde, Kamerstukken I 2019/20, 35179, C, p. 11.
Besluit van 17 juli 2018, houdende nadere regels met betrekking tot uiteindelijk belanghebbenden en politiek prominente personen, het vaststellen van indicatoren voor het melden van ongebruikelijke transacties en tot wijziging van enige andere besluiten in verband met de implementatie van de vierde antiwitwasrichtlijn en de verordening betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie (Uitvoeringsbesluit Wwft 2018), Stb. 2018, 241, toelichting op het besluit, p. 28.
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018, Besluit van 17 juli 2018, Stb. 2018, 241, toelichting op het besluit, p. 23. Deze definitie van hoger leidinggevend personeel wijkt af van die in artikel 1 Wwft (hoger leidinggevend personeel van een Wwft-instellling), omdat de begripsomschrijving van hoger leidinggevend personeel van Wwft-instellingen niet één op één toepasbaar is bij het identificeren van de UBO’s van een juridische entiteit.
Kamerstukken I 2019/20, 35179, C, p. 12, 13.
Artikel 1, lid 1, onder p Hrw 2007 verwijst voor de UBO-definitie naar artikel 10a, lid 1 Wwft, waarin de hoofdregel voor de UBO-kwalificatie staat: “de natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een vennootschap of andere juridische entiteit.” Vervolgens regelt artikel 3, lid 1 Uitv.besl. Wwft 2018 welke natuurlijke persoon per categorie van juridische entiteiten in elk geval als UBO moet worden aangemerkt. Dit vindt plaats aan de hand van vier alternatieve, voor elkaar in te wisselen criteria:1 aandelenbelang, stemrechten, eigendomsbelang en feitelijke zeggenschap.
De uitwerking van het UBO-begrip brengt mee dat het niet mogelijk is dat een juridische entiteit geen UBO heeft.2 Van elke juridische entiteit moet dus altijd minimaal één UBO worden geregistreerd. Als er op grond van de wettelijke criteria geen natuurlijke persoon als (echte) UBO kan worden vastgesteld, dan moet de juridische entiteit de natuurlijke persoon of personen die behoort of behoren tot haar hoger leidinggevend personeel als zogenoemde pseudo- of quasi-UBO registreren (art. 3, lid 1 Uitv.besl Wwft 2018). Dit wordt ook wel de terugvaloptie genoemd. Onder hoger leidinggevend personeel van een rechtspersoon wordt verstaan elke statutaire bestuurder (art. 3, lid 6 Uitv.besl. Wwft 2018).3 Er is volgens de minister van Financiën geen grond om onderscheid te maken tussen de verschillende bestuurders, zodat het niet van belang is of de bestuurders al dan niet handelingsbevoegd zijn.4 Is de statutaire bestuurder van de registratieplichtige rechtspersoon (A) zelf een rechtspersoon (B), dan worden alle statutaire bestuurders van rechtspersoon B als pseudo-UBO van rechtspersoon A aangemerkt, omdat die bestuurders/natuurlijke personen van rechtspersoon B rechtspersoon A op dagelijkse basis besturen.5 Ook als pseudo-UBO’s worden dus altijd natuurlijke personen geregistreerd.