Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/0.8:0.8. Knelpunten onder het oude erfrecht
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/0.8
0.8. Knelpunten onder het oude erfrecht
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS409363:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch.Vast., p. 828.
D. VAN GRUNDERBEECK, Uitvoerders van uiterste wilsbeschikkingen, in Commentaar Erfenissen, Schenkingen en Testamenten, Antwerpen: Kluwer 1997, p. 151.
MvA I 3771, nr. 133, p. 68.
Zie respectievelijk ASSER-VAN DER-PLOEG-PERRICK 1996, nr.554, PITLO/VAN DER BURGHT 1997, p. 255, KASDORP e.a, Deventer: Kluwer 1998, p.82, MEIJERS, WPNR (1912) 2227.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wet van 1838 gaf in deze niet alleen nagenoeg geen aanwijzingen over de aard, maar was voor de notariele praktijk uberhaupt een bron van ergernis. Regeringscommissaris Wiersma1 draaidedan ook niet omdehete brij heen:
'Dat de regeling van de executele in het geldende wetboek hoogst gebrekkig en onvolledig is, is een feit zo bekend, dat ik het nauwelijks meer durf te noemen.'
Wat de regeling van de executele onder het oude recht betreft, moet mij vooraf van het hart dat de dertiende titel van het oude Burgerlijk Wetboek altijd een zeer rommelige indruk heeft gemaakt. De regeling deed aan als 'slecht vertaaldFrans'. De conclusie van de Belgische collega's komt overigens de typering van Wiersma zeer nabij, zij het met betrekking tot hun eigen regeling: 'De huidige wettelijke regeling wordt gekenmerkt door haar beknopt, lacu-neus karakter en haar gebrek aan logische ordening, hetgeen aanleiding gaf en geeft tot talloze betwistingen in rechtsleer en uiteenlopende rechts-praak.'2 Dat de Belgen er ook zo over denken is niet vreemd als men zich realiseert dat onze executeur-testamentair net als de Belgische, van huis uit Franse wortels heeft.
Dat de regeling van de executele onder het oude erfrecht nooit goed uit de verf is gekomen had onder meer de volgende redenen:
de gebrekkige en onduidelijke regeling en de wijze waarop daarmee in de praktijk werdomgegaan.Wie wist wat de bevoegdheden van een 'boedelberedderaar ' waren? Om maar te zwijgen van de juridische duiding van de term 'bezit'. Mocht hij goederen van de nalatenschap zonder medewerking van de erfgenamen te gelde maken? (Hof Amsterdam 8 september 1995, NJ 1995,700);
de sterke (goederenrechtelijke)positie van de legitimaris onder het oude erfrecht (HR 24 februari 1933, NJ 1933, 645 (EMM; Bunker/Amsterdamsche Bank);
de mogelijkheid om door middel van een beneficiaire aanvaarding depositie van de executeur te verzwakken;
de privatieve werking van'het bezit' was niet gecodificeerd;3
e.de regeling van de beloning van de executeur was 'manipuleerbaar' en onwerkbaar (2,5% en 1,5 % van respectievelijk de ontvangsten en de uitgaven), art. 4:1068oudBW;
f. een notaris mocht in zijn eigen akte niet tot executeur benoemdworden, zo werdgeleerd.4 In het verlengde hiervan bestond ook veel onduidelijkheid over de dubbelrol 'executeur-boedelnotaris'.
En nog belangrijker: niemand'wist' wat de 'ware' aard van executele was. In de doctrine werden wel voorzetten gegeven, doch een uitgesproken mening was er niet. Dagelijks merkt men de naweeen hiervan in de praktijk. De onderzoeker weet wat hem te doen staat. Overigens spraken de aanduidingen die de executeur zich onder het oude erfrecht moest laten welgevallen alleen al boekdelen: 'individu zonder enig nut','ladder zonder sporten','deerlijk gekortwiekte vogel','vleugellam'en zelfs 'misbaksel'.5