Einde inhoudsopgave
De verklaring voor recht (BPP nr. XVIII) 2015/70
70 Deelgeschillen
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens, datum 23-03-2015
- Datum
23-03-2015
- Auteur
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens
- JCDI
JCDI:ADS393491:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Voetnoten
Voetnoten
Tjong Tjin Tai 2012, nr. 308. Zie ook Spoelder 1966, nr. 2.
Landbrecht 2014, p. 11.
Landbrecht 2014.
Landbrecht 2014, p. 50.
Landbrecht 2014, p. 7.
Conform art. 149 lid 1 Rv. Zie daarover Asser Procesrecht/Van Schaick 2 2011/94.
Tjong Tjin Tai 2012, nr. 314. Tjong Tjin Tai verwijst naar HR 27 september 2002, NJ 2002, 533, rov. 2.1.
Asser Procesrecht/Van Schaick 2 2011/64. Van Schaick verwijst naar HR 12 mei 1995, NJ 1995/514 (Stegehuis/Zoomer).
Landbrecht 2014, p. 8.
Landbrecht 2014, p. 8 t/m 13.
Landbrecht 2014, p. 13. Zie ook de noot van Vranken onder HR 31 maart 2000, NJ 2000, 497 (Klomp/Nederlandse Spoorwegen). Zie verder Snijders, Klaassen & Meijer 2011, nr. 335.
Zie http://wodc.nl/onderzoeksdatabase/2420-doeltreffendheid-en-effecten-van-de-wetdeelgeschilprocedure- voor-letsel-en-overlijdensschade.aspx.
In het kader van de schadestaatprocedure stelt Tjong Tjin Tai dat de splitsing van een procedure tot een efficiëntere procesvoering kan leiden. Door de splitsing is het mogelijk om alleen over de aansprakelijkheid te debatteren en de omvang van de schade buiten beschouwing te laten. Als de rechter beslist dat de gedaagde niet aansprakelijk is, voorkomen partijen een onnodig debat over de omvang van de schade, aldus Tjong Tjin Tai.1 Maar wat nu als de rechter beslist dat de gedaagde aansprakelijk is? In dat geval is splitsing toch juist minder efficiënt omdat partijen dan in een aparte procedure moeten debatteren over de omvang van de schade? Tjong Tjin Tai betoogt dat het ook mogelijk is dat partijen na vaststelling van de aansprakelijkheid vervolgens buiten rechte overeenstemming bereiken over de omvang van de schadevergoeding. Hoewel hij dat niet expliciet stelt, ga ik ervan uit dat hij in verband met de mogelijkheid dat partijen er na de hoofdprocedure onderling uitkomen, meent dat splitsing van de procedure ook leidt tot een efficiëntere procesvoering als aansprakelijkheid wél wordt vastgesteld. Tjong Tjin Tai verwijst in elk geval naar Landbrecht en die betoogt dat laatste voor de zogenaamde Teil-Sachenentscheidungen.2Teil-Sachenentscheidungen zijn uitspraken over slechts een deel van het geschil.3 Die uitspraken worden verkregen door een vordering die strekt tot een verklaring voor recht in te stellen. Als de verklaring voor recht slechts betrekking heeft op een deel van het geschil, spreekt Landbrecht over een Teilklage.4 Het voordeel van een Teilklage ten opzichte van een vordering die betrekking heeft op de volle omvang van de rechtsstrijd, is volgens Landbrecht duidelijk als partijen slechts één geschilpunt ervan weerhoudt om het geschil te beslechten.5 Landbrecht licht die stelling niet toe, maar ik veronderstel dat hij bedoelt dat partijen aan de hand van de Teilentscheidung vervolgens buiten rechte tot een regeling komen. Veel tijdwinst zal het partijen niet opleveren als zij slechts een beslissing vragen over een deel van het geschil. De feiten en rechten waarover tussen partijen geen discussie bestaat, worden immers geen onderdeel van het partijdebat.6 Mogelijk scheelt het partijen wel geld als zij slechts een deel van het geschil aan de rechter voorleggen. Het griffierecht zou (afhankelijk van de omvang van de vordering) lager kunnen zijn bij een Teilklage. Volgens de Hoge Raad moet de vordering die strekt tot schadevergoeding nader op te maken bij staat, worden beschouwd als een vordering van onbepaalde waarde.7 Dat geldt ook voor de verklaring voor recht.8 Tegelijkertijd kunnen met het opstellen van een regeling buiten rechte ook advocaatkosten gemoeid zijn. Of de proceseconomie ermee gediend is dat partijen slechts een deel van het geschil aan de rechter voorleggen als zij het voor het overige met elkaar eens zijn, hangt mijns inziens af dus van de omstandigheden van het geval.
Volgens Landbrecht is het niet alleen in de hiervoor geschetste situatie in proceseconomisch opzicht beter om slechts te procederen over een deel van het geschil. Ook als het gaat om complexere geschillen waarin partijen op diverse onderdelen met elkaar van mening verschillen, is dat volgens Landbrecht het geval.9 Landbrecht stelt dat om te beoordelen of een bepaalde wijze van procederen proceseconomisch voordelig is, niet alleen moet worden gekeken naar het geschil an sich, maar ook naar de uitwerking die de wijze van procederen heeft op de relatie tussen partijen. Landbrecht betoogt dat het voor de relatie van partijen minder belastend is om slechts te procederen over een deel van het geschil dan om te procederen over het geschil in volle omvang. Daardoor zou een Teil-Sachenentscheidung op lange termijn proceseconomisch voordeliger zijn dan een uitspraak over de volle omvang van het geschil.10 Maar ook voor de beslechting van het geschil zelf is het volgens Landbrecht proceseconomisch gunstiger om slechts over een deel van het geschil te procederen. Hij betoogt dat partijen aan de hand van een Teil-Sachenentscheidung eerder buiten rechte overeenstemming bereiken over het resterende gedeelte van het geschil, danwanneer zij het geschil in volle omvang aan de rechter voorleggen.11 Landbrecht baseert zijn betoog niet op empirische gegevens. Of een Teilklage daadwerkelijk bewerkstelligt dat partijen eerder tot een schikking komen dan wanneer zij over de volle omvang van de rechtsstrijd procederen, wordt op dit moment onderzocht door het WODC in het kader van de Wet deelgeschilprocedure.12