HR, 04-01-2011, nr. 09/01686 P
ECLI:NL:HR:2011:BO4028
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
04-01-2011
- Zaaknummer
09/01686 P
- Conclusie
Mr. Vellinga
- LJN
BO4028
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2011:BO4028, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 04‑01‑2011; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BO4028
ECLI:NL:PHR:2011:BO4028, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑11‑2010
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BO4028
- Vindplaatsen
Uitspraak 04‑01‑2011
Inhoudsindicatie
Geen schriftuur ingediend. Betrokkene niet-ontvankelijk.
4 januari 2011
Strafkamer
nr. 09/01686 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 februari 2009, nummer 22/003237-08, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de betrokkene niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h Sv, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 4 januari 2011.
Conclusie 09‑11‑2010
Mr. Vellinga
Partij(en)
Conclusie inzake:
[Veroordeelde = betrokkene]
1.
Veroordeelde is door het Gerechtshof te 's‑Gravenhage bij arrest van 3 februari 2009 niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
2.
Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/01686P en 09/01687. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3.
Ingevolge de artikelen 437, tweede lid, juncto 511h Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu veroordeelde niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, dient veroordeelde in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van veroordeelde in zijn beroep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden