Arbeidsrecht en insolventie
Einde inhoudsopgave
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/1.5:1.5 Leeswijzer
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/1.5
1.5 Leeswijzer
Documentgegevens:
Mr. J. van der Pijl, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. J. van der Pijl
- JCDI
JCDI:ADS297500:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Insolventierecht / Faillissement
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na deze inleiding (hoofdstuk 1), zal in hoofdstuk 2 eerst een beeld worden geschetst van de historische ontwikkelingen van het Nederlandse arbeidsrecht en insolventierecht, waarbij het zwaartepunt ligt bij de (wets)geschiedenis van de Wet op de arbeidsovereenkomst uit 1907 en de Faillissementswet uit 1893. Aan de hand van 14 zgn. vensters wordt de geschiedenis op hoofdlijnen in kaart gebracht.
In hoofdstuk 3 komt de aanspraak van de werknemer op loon c.a. aan de orde. Daarbij vormt aandacht voor de preferente positie van de aanspraken van de werknemer en voor de loongarantieregeling het zwaartepunt.
In hoofdstuk 4 wordt nagegaan in hoeverre insolventie van een werkgever inbreekt op het normaliter geldende ontslagrecht, met zijn werknemersbeschermende karakter: op welke wijze kan een arbeidsovereenkomst worden beëindigd en wat zijn daarvan de gevolgen?
In hoofdstuk 5 worden de gevolgen van insolventie voor de geldigheid en werking van een overeengekomen concurrentiebeding onderzocht.
Hoofdstuk 6 betreft de gevolgen van een zgn. doorstart na faillissement, mede in het licht van de in de praktijk ontstane variant van de doorstart: de pre-pack.
Hoofdstuk 7 behandelt de met enige regelmaat voorkomende situatie dat door een ondernemer/werkgever misbruik wordt gemaakt van de bevoegdheid het (eigen) faillissement aan te vragen teneinde zodoende de reguliere ontslagbescherming van werknemers te omzeilen, door de onderneming na een doorstart (via een transactie met de curator) in afgeslankte vorm voort te zetten.
In hoofdstuk 8 komen ten slotte collectieve-arbeidsrechtelijke aspecten van het faillissement en de surseance van een werkgever aan de orde, waarbij hoofdzakelijk aandacht wordt besteed aan de positie van de ondernemingsraad, met zijn adviesrecht uit hoofde van de WOR en die van de werknemersorganisaties, waarbij de rechten en verplichtingen uit de Wet melding collectief ontslag aan de orde komen. Ook het enquêterecht uit boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de SER Fusiegedragsregels 2015 krijgen enige aandacht.
Het boek wordt afgesloten met een samenvatting, inclusief conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 9), tevens in een Engelse vertaling (hoofdstuk 10).