NJ 1954/369
Zelfde feit. — Verhouding van art. 68 Sr. en 349 tweede lid Sv.
HR 13-04-1954, ECLI:NL:HR:1954:170, m.nt. Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 april 1954
- Magistraten
Mrs Fick, Feber, Vrij, v. Berckel [Rapp.], Westerouen van Meeteren
- Zaaknummer
[13041954/NJ_1954-369]
- Conclusie
Mr. Loeff
- Noot
Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS109824:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1954:170, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑04‑1954
- Wetingang
(Sr. art. 68: Sv. artt. 313—349 2de lid.) 1
Essentie
Zelfde feit. — Verhouding van art. 68 Sr. en 349 tweede lid Sv.
Samenvatting
De zin van art. 68 Sr. zou gemist worden, indien iemand na te zijn vrijgesproken wegens het met een auto zeker kruispunt gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig met een ander zo roekeloos oprijden, dat een botsing tussen beide motorrijtuigen is ontstaan, waardoor zijn auto naar rechts gedrukt werd en een voetgangster zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, andermaal in rechten kan worden betrokken thans wegens het met die auto gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig met dien ander oprijden van dat kruispunt met gevaar of mogelijk gevaar voor de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.