Rechtsbescherming tegen bestraffing strafrecht en bestuursrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming tegen bestraffing strafrecht en bestuursrecht 2011/11.1:11.1 Inleiding
Rechtsbescherming tegen bestraffing strafrecht en bestuursrecht 2011/11.1
11.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R. Stijnen, datum 03-10-2011
- Datum
03-10-2011
- Auteur
mr. drs. R. Stijnen
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek gaat over rechtsbescherming. In het inleidende hoofdstuk heb ik uiteengezet wat daaronder in het kader van dit onderzoek wordt verstaan: onder rechtsbescherming van de burger tegen overheidsoptreden van strafrechtelijke aard en tegen bestraffende sancties door bestuursorganen dient te worden verstaan bescherming primair door verdragsrecht en nationale wet- en regelgeving en rechtsbeginselen en secundair door een tot finale geschilbeslechting bevoegde rechter.
Het lijkt mij zinvol in dit hoofdstuk een aantal dwarsverbanden te leggen tussen de verschillende hoofdstukken in plaats van ieder hoofdstuk volledig samen te vatten. Niettemin voert dit hoofdstuk samenvatting in de titel omdat wel grote delen van het boek worden samengevat, zij het niet hoofdstukgewijs. Waar in de vorige hoofdstukken het EVRM, het EU-recht en het nationale straf- en bestuurs(proces)recht veelal geïsoleerd zijn besproken, wil ik hier een poging ondernemen om een aantal materiële en processuele kwesties die rond rechtsbescherming tegen bestraffing spelen meer thematisch te schikken in plaats van per rechtsgebied. Daarbij volg ik ook grotendeels een andere volgorde: aan het begin van dit hoofdstuk ligt de focus meer op het materiële recht, terwijl het procedurele recht vooral aan het laatste deel van dit hoofdstuk aan de orde komt. Binnen de thema's wordt zo nodig ingegaan op verschillen tussen niet alleen het bestuursrecht en het strafrecht, maar ook op die binnen het bestuursrecht. Zo zijn er soms aanzienlijke verschillen tussen het mededingingsrecht en het overige bestraffende bestuursrecht naar voren gekomen, terwijl ook de nodige verschillen bleken tussen de wijze waarop de hogerberoepsrechters invulling geven aan hun taak. Voorts zijn er de nodige verschillen tussen het commune en het economische strafrecht. Die komen hier ook aan de orde. Ik breng de onderzoeksvragen in herinnering.
Hoe is de toegang gewaarborgd tot en wat is de reikwijdte en inhoud van de toetsing die de bestuursrechter dient te verrichten indien het gaat om bestraffende sancties en in hoeverre komt dit overeen met of verschilt dit met de toegang tot en de beoordeling door de strafrechter?
Welke verdedigingsrechten, toezichts- en opsporingsbevoegdheden, materiële normstelling en rechtsmacht, aansprakelijkheid, bewijskwesties, en vraagstukken omtrent de inzet en hoogte van de straf zijn van belang in het bestraffende bestuursrecht en in hoeverre komen die overeen of verschillen die met het strafrecht?
Met deze meer thematische schikking zal ik trachten de twee onderzoeksvragen grotendeels in omgekeerde volgorde — te beantwoorden. Opdat dit hoofdstuk ook zelfstandig kan worden geraadpleegd, heb ik in de voetnoten verwezen naar de belangrijkste jurisprudentie die is besproken in de vorige hoofdstukken. Aan het eind van elke paragraaf zijn steeds de deelconclusies opgenomen.