NJ 1915, p. 427
HR, 06-04-1915: Azewijnse paard
HR 06-04-1915, ECLI:NL:PHR:1915:BG9430 (Azewijnse paard)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 april 1915
- Magistraten
Voorzitter: Mr. A. M. B. Hanlo Raden: Mrs. C. O. Segers, H. Hesse, H. M. A. Savelberg en Jhr. R. Feith;
- Zaaknummer
[1915-04-06/NJ_131093]
- Conclusie
A-G Besier
- LJN
BG9430
- Roepnaam
Azewijnse paard
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1915:BG9430, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑04‑1915
ECLI:NL:PHR:1915:BG9430, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑04‑1915
- Wetingang
Essentie
Verboden uitvoer van een paard
Samenvatting
In de onderhavige dagvaarding is duidelijk aangegeven de plaats, waar het delict is gepleegd.
De plaats van het misdrijf wordt niet bepaald door de plaats waar het gevolg van des daders handelingen zich openbaart. Het is zeer goed mogelijk, dat men, zich in het buitenland bevindend, hier te lande een misdrijf kan plegen.
De beklaagde, die zich in Duitschland bevindende een paard, dat op Nederlandsch grondgebied was, aan een touw naar zich toe trok, pleegt het strafbare feit van verboden uitvoer van dat paard in Nederland.
Het is onnoodig, dat de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.