NJ 1958, 356
HR, 26-11-1957: Stopbevel
HR 26-11-1957, ECLI:NL:HR:1957:1, m.nt. B.V.A. Röling (Stopbevel)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 1957
- Magistraten
Mrs. Van der Meulen, Feber, Van Berckel, Westerouen van Meeteren [Rapp.], Kazemier;
- Zaaknummer
[1957-11-26/NJ_131197]
- Conclusie
P-G Van Asch van Wijck
- Noot
B.V.A. Röling
- Roepnaam
Stopbevel
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS117100:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Fiscaal strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1957:1, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑1957
- Wetingang
Essentie
De aan de opsporingsambtenaar verleende bevoegdheid tot staande houden sluit niet in een recht tot het doen van een bevel of vordering als bedoeld in art. 184 Sr.
Samenvatting
Art. 52 Sv. verklaart iederen opsporingsambtenaar bevoegd den verd. te vragen naar zijn naam, voornamen en woon- of verblijfplaats, en hem daartoe staande te houden. De laatstbedoelde bevoegdheid verplicht weliswaar den verd. het staande houden te dulden, doch het voorschrift sluit niet in de toekenning van een recht aan den opsporingsambtenaar tot het doen van een bevel of vordering als bedoeld in art. 184 Sr. Van zodanig recht zou alleen sprake kunnen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.