NJ 1966, 160
HR, 25-01-1966
HR 25-01-1966, ECLI:NL:PHR:1966:AB5891, m.nt. W.P.J. Pompe
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
25 januari 1966
- Magistraten
Feber, Westerouen Van Meeteren, Kazemier, Eijssen, De Meijere
- Zaaknummer
[1966-01-25/NJ_50618]
- Noot
W.P.J. Pompe
- LJN
AB5891
- JCDI
JCDI:ADS117140:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1966:AB5891, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 25‑01‑1966
ECLI:NL:PHR:1966:AB5891, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑01‑1966
- Wetingang
Sr art. 74
Essentie
OvJ ontvankelijk in zijn vervolging, indien transactie ongedaan is gemaakt.
Samenvatting
Rb.: De in art. 74 Sr. vermelde afdoening buiten proces doet het recht tot strafvervolging vervallen en kan aldus in bepaalde, door de wet omschreven, omstandigheden een middel zijn voor een verd. om strafvervolging te voorkomen. Indien deze zgn. ‘transactie’ door het OM op verzoek van de (oorspronkelijke) verd. ongedaan wordt gemaakt, moet deze transactie geacht worden nimmer te hebben plaatsgevonden, waaruit voortvloeit dat het recht tot strafvordering niet is vervallen.
HR: De grond waarop de Rb. de OvJ ontvankelijk heeft geacht in zijn vervolging kan die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.