NJ 1968, 211
HR, 06-02-1968
HR 06-02-1968, ECLI:NL:PHR:1968:AB3893
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
6 februari 1968
- Magistraten
Feber, Kazemier, Eijssen, De Meijere, Ras
- Zaaknummer
[1968-02-06/NJ_51663]
- LJN
AB3893
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1968:AB3893, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 06‑02‑1968
ECLI:NL:PHR:1968:AB3893, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑02‑1968
- Wetingang
WAG art. 1; Sv art. 359
Essentie
‘Eigen vervoer’ in de zin van de Wet Autovervoer Goederen door loonlandbewerker. Verklaringen van getuigen, gebezigd ter weerlegging van een verweer en niet in het vonnis opgenomen, hebben niet tot het bewijs kunnen medewerken.
Samenvatting
Onder ‘eigen vervoer’ in de zin van de Wet Autovervoer Goederen moet mede worden verstaan vervoer, verricht door een loonlandbewerker met door een motorisch landbouwwerktuig voortbewogen aanhangwagens, voor zover dit vervoer plaats vindt onmiddellijk voorafgaand aan of onmiddellijk volgend op en in direct verband staande met de werkzaamheden, welke de landbewerker met het landbouwwerktuig verricht. Uit de door de Ec. Pol.r. gebezigde bewijsmiddelen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.