NJ 1969, 250
HR, 25-06-1968
HR 25-06-1968, ECLI:NL:PHR:1968:AB5949, m.nt. C. Bronkhorst
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
25 juni 1968
- Magistraten
Feber, Kazemier, Eijssen, De Meijere, Ras
- Zaaknummer
[1968-06-25/NJ_52148]
- Noot
C. Bronkhorst
- LJN
AB5949
- JCDI
JCDI:ADS65557:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1968:AB5949, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 25‑06‑1968
ECLI:NL:PHR:1968:AB5949, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑06‑1968
- Wetingang
Sv art. 409; Sv art. 359; Sr art. 47 onder 2°
Essentie
Afschriften van processen-verbaal en van een vonnis die niet door de griffier voor eensluidend afschrift zijn getekend op de stukken zelf, doch afdrukken zijn van stukken, nl. stencils, die door de griffier voor eensluidend afschrift waren getekend.
Opzettelijke uitlokking van doodslag door bedreiging kan uit de bewijsmiddelen worden afgeleid.
Samenvatting
De wet bevat geen regelen omtrent de vorm, in het bijzonder omtrent de wijze van ondertekening door de griffier, van afschriften van een p.-v. van een terechtzitting en van een vonnis, die deel moeten uitmaken van de in art. 409, eerste lid, Sv. bedoelde stukken van het geding. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.