NJ 1969, 416
HR, 10-06-1969
HR 10-06-1969, ECLI:NL:HR:1969:AB4363
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
10 juni 1969
- Magistraten
Feber, Van Der Loos, Moons, Fikkert, Van Dijk
- Zaaknummer
[1969-06-10/NJ_52314]
- LJN
AB4363
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1969:AB4363, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 10‑06‑1969
ECLI:NL:PHR:1969:AB4363, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑05‑1969
- Wetingang
Sv art. 25
Essentie
(Ambtshalve) substantiele nietigheid.
Nu het proces-verbaal van het onderzoek der raadkamer te dezen niet bij de processtukken is aangetroffen moet worden aangenomen dat het opmaken daarvan is verzuimd, welk verzuim betrekking heeft op een zo wezenlijke grondslag van het strafproces in raadkamer dat het nietigheid van het onderzoek moet medebrengen, ook al is deze niet met zoveel woorden in de wet bedreigd.
Samenvatting
Ingevolge art. 25, eerste lid, Sv. moet van het onderzoek der raadkamer door de griffier een p.-v. worden opgemaakt, behelzende de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen en van hetgeen verder bij dat onderzoek is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.