NJ 1972, 205
HR, 01-02-1972: Meer en Vaart
HR 01-02-1972, ECLI:NL:PHR:1972:AB3365 (Meer en Vaart)
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
1 februari 1972
- Magistraten
Kazemier, Moons, Fikkert, Van Dijk, Enschede
- Zaaknummer
[1972-02-01/NJ_53577]
- LJN
AB3365
- Roepnaam
Meer en Vaart
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1972:AB3365, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 01‑02‑1972
ECLI:NL:PHR:1972:AB3365, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑02‑1972
- Wetingang
Sv art. 398
Essentie
‘Geringe betekenis’ in de zin van art. 398, lid 1, onder 9*, Sv., mede afhankelijk van mate van schuld; voldoende motivering.
Samenvatting
De vraag, of het in de bewezenverklaring omschreven feit zoals dit door de gerequireerde is gepleegd van ‘geringe betekenis’ is in de zin van art. 398, eerste lid onder 9o, Sv. is mede afhankelijk van de mate van schuld van de gerequireerde en de Rechtbank heeft deze zo gering kunnen achten, dat noch de inhoud van het bewezenverklaarde noch de in het middel genoemde omstandigheid ‘dat de in de bewezenverklaring bedoelde aanrijding een kettingbotsing was in dikke ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.