NJ 1974, 407
HR, 03-04-1973
HR 03-04-1973, ECLI:NL:PHR:1973:AD7416, m.nt. C. Bronkhorst
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
3 april 1973
- Magistraten
Kazemier, Moons, Van Dijk, Van Der Ven, Enschede
- Zaaknummer
[1973-04-03/NJ_54821]
- Noot
C. Bronkhorst
- LJN
AD7416
- JCDI
JCDI:ADS117309:1
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1973:AD7416, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 03‑04‑1973
ECLI:NL:PHR:1973:AD7416, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑04‑1973
- Wetingang
Uitleveringsverdrag Ned-Verenigd Koninkrijk art. XIII; UW art. 28
Essentie
Uitlevering terecht ontoelaatbaar verklaard op grond van het bepaalde in art. XIII Uitleveringsverdrag met Groot-Brittannie en art. 28, lid 2, Uitleveringswet.
Samenvatting
Ingevolge art. XIII van het te Londen op 26 september 1898 tussen Nederland en Groot-Brittannie gesloten verdrag tot uitlevering van misdadigers kan uitlevering slechts plaatsvinden indien er voldoende bewijs bestaat, volgens de wetten van de Staat aan welke de uitlevering is gevraagd om een verwijzing naar de openbare terechtzitting te rechtvaardigen, indien het misdrijf zou zijn gepleegd binnen het grondgebied van bedoelde staat. Weliswaar wordt volgens het thans hier te lande geldende Wetboek van Strafvordering in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.