NJ 1976, 119
HR, 21-10-1975, nr. 67857
HR 21-10-1975, ECLI:NL:PHR:1975:AB5530, m.nt. G.E. Mulder
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
21 oktober 1975
- Magistraten
Dubbink, Moons, Vroom, Fikkert, Van Der Ven
- Zaaknummer
67857
- Noot
G.E. Mulder
- LJN
AB5530
- JCDI
JCDI:ADS117402:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1975:AB5530, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 21‑10‑1975
ECLI:NL:PHR:1975:AB5530, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑10‑1975
- Wetingang
Sv art. 358 lid 3; Telegraaf- en Telefoonwet 1904 art. 20
Essentie
Radio-elektrische zendinrichting.
Redengevende kracht.
Aanwezig hebben van onder douaneverband liggend goed. Beroep op afwezigheid van alle schuld als bedoeld in art. 358.3 Sv? Dwaling? Zo al, dan toereikend weerlegd.
Verweer toereikend weerlegd. Mening van niet-strafbaarheid en bewustzijn van de mogelijkheid van onjuistheid van die mening, geen innerlijke tegenstrijdigheid van het arrest.
Feiten waarmee bij de bepaling van de straf rekening mag worden gehouden; hoe van deze feiten moet blijken en wat de rechter daaromtrent moet vaststellen.
Corporatie als dader, kwalificatie.
Ontoelaatbare bijzondere voorwaarde, bij voorwaardelijke verbeurdverklaring.
Samenvatting
Bezwaarlijk kan worden aangenomen dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.