NJ 1977, 228
HR, 18-01-1977, nr. 68561
HR 18-01-1977, ECLI:NL:PHR:1977:AC5866, m.nt. Th.W. van Veen
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
18 januari 1977
- Magistraten
Moons, Fikkert, Bronkhorst, Royer, Van Den Blink
- Zaaknummer
68561
- Noot
Th.W. van Veen
- LJN
AC5866
- JCDI
JCDI:ADS160204:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Gezondheidsrecht / Bijzondere onderwerpen
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1977:AC5866, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 18‑01‑1977
ECLI:NL:PHR:1977:AC5866, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑01‑1977
- Wetingang
Essentie
Verandering van wetgeving nadat het Hof het arrest heeft gewezen: toepassing van voor requirant gunstigste bepaling vormt geen aanleiding tot opleggen van een andere straf.
De privilegierende werking van art. 11, eerste lid, Opiumwet.
Samenvatting
Advocaat-Generaal Remmelink: Art. 11, vierde lid, Opiumwet heeft niet alleen een ‘uitsluitend’ maar ook een verwijzend karakter: indien het feit een hoeveelheid betreft van ten hoogste 30 gram hashish valt het onder art. 11, eerste lid, Opiumwet dat het aanwezig hebben strafbaar stelt als overtreding. Indien het Openbaar Ministerie bij de telastelegging daarmee geen rekening houdt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.