NJ 1978, 686
HR, 21-02-1978, nr. 69357
HR 21-02-1978, ECLI:NL:PHR:1978:AC6199
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
21 februari 1978
- Magistraten
Moons, Fikkert, Bronkhorst, Royer, Van Den Blink
- Zaaknummer
69357
- LJN
AC6199
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1978:AC6199, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 21‑02‑1978
ECLI:NL:PHR:1978:AC6199, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑02‑1978
- Wetingang
Sv art. 261; Sv (Ned. Antillen) art. 129; Sv (Ned. Antillen) art. 206; Opiumlandsverord. 1960 art. 3 lid 1 onder C
Essentie
Antilliaanse zaak.
Tenlastelegging onduidelijk?
Toereikend bewijs van bezit van hennep.
Samenvatting
Het mede gebruikmaken van verwijzing naar art. 1, lid 1 onder j, Opiumlandsverordening 1960 is niet in strijd met art. 129 Sv. NA nu het Hof heeft kunnen oordelen dat de tenlastelegging daardoor niet in duidelijkheid te kort is geschoten, waaraan niet afdoet dat req. de Nederlandse taal niet verstaat. Het feit dat de namen van req.'s medeplegers niet zijn vermeld brengt niet mee dat de dagvaarding niet beantwoordt aan art. 129 Sv. NA
Voor ‘bezitter’ in de zin van art. 3, lid 1 onder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.