NJ 1980, 157
HR, 04-12-1979, nr. 70903M
HR 04-12-1979, ECLI:NL:PHR:1979:AB7374, m.nt. Th.W. van Veen
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
4 december 1979
- Magistraten
Van Der Ven, Bronkhorst, Van Den Blink, De Waard, Hermans
- Zaaknummer
70903M
- Noot
Th.W. van Veen
- LJN
AB7374
- JCDI
JCDI:ADS117571:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1979:AB7374, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 04‑12‑1979
ECLI:NL:PHR:1979:AB7374, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑12‑1979
- Wetingang
Sr art. 40; Sv art. 1; Sv art. 359 lid 4; WMSr art. 114; Wet ABart. 4; Statuut art. 22 lid 2; IVBP art. 26; WGMD art. 15; WGMD art. 55 lid 3; MCW art. 1 lid 1
Essentie
Tijdstip van inwerkingtreding van de Rijkswet van 22 febr. 1979, S 69; ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
Principiele dienstweigering; gewetensbezwaren en overmacht; vergelijking met positie van Jehova's Getuigen; verweren voldoende gemotiveerd weerlegd.
Voldoende strafmotivering.
Samenvatting
Adv.-Gen. Haak: Men kan tot terugwerkende kracht van de Wet van 22 febr. 1979, S 69, tot 15 maart 1979 komen op grond van a. interpretatie: het was de bedoeling van de wetgever dat S 69 op 15 maart 1979 in werking trad; b. de vertrouwensregel: door de overheid zijn meer dan redelijke verwachtingen gewekt, dat men een wettelijk recht heeft op behandeling in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.