NJ 1985, 75
HR, 26-06-1984, nr. 76229
HR 26-06-1984, ECLI:NL:PHR:1984:AC8469, m.nt. Th.W. van Veen
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
26 juni 1984
- Magistraten
Van Der Ven, Bronkhorst, De Waard, Haak, Jeukens, Leijten
- Zaaknummer
76229
- Noot
Th.W. van Veen
- LJN
AC8469
- JCDI
JCDI:ADS74090:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1984:AC8469, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 26‑06‑1984
ECLI:NL:PHR:1984:AC8469, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑06‑1984
- Wetingang
Sr art. 225; Sr art. 226; Sr art. 322; Sv art. 29 lid 1; Sv art. 244; Sv art. 261; Sv art. 338; Sv art. 344 lid 1 onder 2°; Sv art. 356 lid 1; Sv art. 358 lid 3; Sv art. 359 lid 1; Sv art. 359 lid 2; Sv art. 359 lid 3
Essentie
1. Het verweer, dat het OM niet-ontvankelijk is wegens het niet- vervolgen van een voormalig medewerker van verdachte, is terecht verworpen.
2. Toereikende weerlegging van het verweer dat de kennisgeving van verdere vervolging geen andere feiten kan betreffen dan die welke in de vordering gerechtelijk vooronderzoek zijn vermeld.
3. 's Hofs uitleg van valselijk opmaken in de zin van art. 225 Sr van een authentieke partij-akte is niet onverenigbaar met de bewoordingen van de telastelegging.
4. Het Hof heeft kunnen aannemen dat de vermelding van de valse aankomsttitels verdachte moet worden toegerekend; toereikend bewijs ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.