NJ 1985, 632
HR, 19-02-1985, nr. 78003
HR 19-02-1985, ECLI:NL:PHR:1985:AC8715
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
19 februari 1985
- Magistraten
Moons, Van Der Ven, Bronkhorst, Jeukens, Beekhuis, Leijten
- Zaaknummer
78003
- LJN
AC8715
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1985:AC8715, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 19‑02‑1985
ECLI:NL:PHR:1985:AC8715, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑02‑1985
- Wetingang
Sr art. 56; Sv art. 358 lid 3
Essentie
Geen beslissing omtrent verweer dat de feiten als voortgezette handeling kunnen worden beschouwd; nietigheid.
Samenvatting
Verweer in hoger beroep: Ten laste gelegd is art. 2 lid 1 onder B en C Opiumwet. Aangezien de feiten als een voortgezette handeling kunnen worden beschouwd, zal slechts een strafbepaling worden toegepast en wel die waarop de zwaarste straf is gesteld. I.c. is dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 jaren.