NJ 1987, 683
HR, 21-01-1986, nr. 79207
HR 21-01-1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC9189
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
21 januari 1986
- Magistraten
Van Der Ven, Bronkhorst, Haak, Beekhuis, Mout, Remmelink
- Zaaknummer
79207
- LJN
AC9189
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1986:AC9189, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 21‑01‑1986
ECLI:NL:PHR:1986:AC9189, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑01‑1986
- Wetingang
Sv art. 338
Essentie
's Hofs oordeel dat noch aannemelijk is geworden noch een redelijk vermoeden is gerezen dat de bewijsgaring onrechtmatig zou zijn is niet onbegrijpelijk en kan als van feitelijke aard in cassatie niet worden onderzocht.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Hof te 's-Gravenhage van 18 maart 1985 in de strafzaak tegen Herman Robert W., geboren te 's-Gravenhage op 12 mei 1952, te 's-Gravenhage.
1
De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep bevestigd een vonnis van de Rb. te 's-Gravenhage van 4 mei 1983, waarbij de verdachte ter zake ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.