NJ 1986, 695
HR, 18-02-1986, nr. 78487
HR 18-02-1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC9226
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
18 februari 1986
- Magistraten
Moons, Van Der Ven, Bronkhorst, De Waard, Beekhuis, Leijten
- Zaaknummer
78487
- LJN
AC9226
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1986:AC9226, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 18‑02‑1986
ECLI:NL:PHR:1986:AC9226, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑02‑1986
- Wetingang
Sr art. 37; Sr art. 38; Sr art. 39; Sr art. 40; Sr art. 41; Sr art. 42; Sr art. 43; Sr art. 44; Sr art. 139; Sv art. 28 lid 2; Sv art. 29 lid 1; Sv art. 50; Sv art. 67; Sv art. 338; Sv art. 359 lid 5; Sv art. 359 lid 6; Sv art. 406
Essentie
1. 's Hofs oordeel dat het verweer inzake schending van het vertrouwensbeginsel een herhaling is van het in eerste aanleg gevoerde verweer inzake schending van het gelijkheidsbeginsel (hetwelk bij tussenvonnis is verworpen en waartegen geen appel is ingesteld), is feitelijk en niet onbegrijpelijk.
2. Politierechter en hof hebben terecht geoordeeld dat een anonieme verdachte gelijkgesteld kan worden met een verdachte zonder bekende woon- of verblijfplaats (zoals bedoeld in art. 67 lid 2 onder 1e, zodat inverzekeringstelling wegens verdenking van art. 139 Sr mogelijk was.
3. Het verweer dat er sprake is van onrechtmatige bewijsgaring, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.