NJ 1988, 755
HR, 03-11-1987, nr. 81770
HR 03-11-1987, 81770, m.nt. G.E. Mulder
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 november 1987
- Magistraten
Bronkhorst, Beekhuis, Govaerts, Remmelink
- Zaaknummer
81770
- Noot
G.E. Mulder
- JCDI
JCDI:ADS146486:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Wetingang
Sr art. 209; Sr art. 214bis
Essentie
1. Toereikend bewijs dat verdachte 1. de bankbiljetten heeft ontvangen en 2. dat hij van de valsheid daarvan afwist toen hij ze ontving.
2. De klacht dat niet blijkt dat het hof bij de strafoplegging rekening heeft gehouden met de verplichte verbeurdverklaring conform art. 214bis Sr faalt, nu de verdachte daarbij geen redelijk belang heeft.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Hof te Amsterdam van 8 dec. 1986 in de strafzaak tegen Hendrik E., geboren te Amsterdam op 17 aug. 1949, te Amsterdam.
Hoge Raad:
1
De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.