NJ 1988, 848
HR, 22-03-1988, nr. 82056
HR 22-03-1988, ECLI:NL:PHR:1988:AD0238
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
22 maart 1988
- Magistraten
Van Der Ven, Keijzer, Govaerts, Remmelink
- Zaaknummer
82056
- LJN
AD0238
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Politierecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1988:AD0238, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 22‑03‑1988
ECLI:NL:PHR:1988:AD0238, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑03‑1988
- Wetingang
Sr art. 46; Sv art. 358 lid 3; EVRM art. 6 lid 2; APV Noordoostpolder art. C3
Essentie
Geen beslissing op verweer dat art. C3 Algemene Politieverordening (APV) Noordoostpolder onverbindend is; toch geen nietigheid, nu de kantonrechter had moeten verwerpen op de door de Hoge Raad uiteengezette gronden; art. C3 is niet in strijd met de presumptio innocentiae van art. 6 lid 2 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), het dwingt de verdachte niet bewijs tegen zichzelf te verschaffen; het houdt geen strafbaarstelling van poging tot overtreding of van intenties in.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Ktr. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.