NJ 1992, 232
HR, 22-10-1991, nr. 2691/CW1825
HR 22-10-1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC8864, m.nt. Th.W. van Veen
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
22 oktober 1991
- Magistraten
Van Den Blink, Mout, Keijzer, Bleichrodt, Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, Remmelink
- Zaaknummer
2691/CW1825
- Noot
Th.W. van Veen
- LJN
ZC8864
- JCDI
JCDI:ADS65681:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1991:ZC8864, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 22‑10‑1991
- Wetingang
Sv art. 58 lid 2; Sv art. 64
Essentie
Tijdstip waarop de termijn van bewaring ingaat; bevoegdheid rechter-commissaris.
Samenvatting
Cassatie in het belang der wet. Indien verdachte zich ten tijde van het geven van een bevel tot bewaring of tot verlenging daarvan, niet in vrijheid bevindt, gaat de daarin bepaalde termijn van maximaal 6 dagen in op het tijdstip waarop de reeds lopende vrijheidsbeneming eindigt. De rechter-commissaris ontbeert de bevoegdheid om het tijdstip te bepalen waarop de bewaring zal ingaan.
Uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie ‘in het belang der wet’ van de procureur-generaal bij de Hoge Raad tegen een beschikking van de rechter-commissaris belast met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.