NJ 1992, 218
HR, 22-10-1991, nr. 89958
HR 22-10-1991, ECLI:NL:PHR:1991:AD1507
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 oktober 1991
- Magistraten
Bronkhorst, Neleman, Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, Fokkens
- Zaaknummer
89958
- LJN
AD1507
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1991:AD1507, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑10‑1991
ECLI:NL:PHR:1991:AD1507, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑10‑1991
- Wetingang
Sv art. 111; Sv art. 181 lid 3; Sv art. 338; Sv art. 358 lid 3
Essentie
1. Niet onverwijlde terhandstelling nadere vordering gerechtelijk vooronderzoek schendt i.c. art. 6 lid 3 onder a Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) niet.
2. Bewijsmiddel na onrechtmatige huiszoeking.
Samenvatting
Ad 1. Beroep op schending van art. 6 lid 3 onder a EVRM door niet onverwijlde terhandstelling van de nadere vordering gerechtelijk vooronderzoek is toereikend weerlegd met de overweging dat de verdachte op de hoogte was van de aard en omvang van de feiten en inzage kon krijgen in de processtukken.
Ad 2. Onrechtmatige ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.