NJ 1992, 268
HR, 29-10-1991, nr. 91185U
HR 29-10-1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC8881
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
29 oktober 1991
- Magistraten
Van Den Blink, Beekhuis, Mout, Keijzer, Bleichrodt, Remmelink
- Zaaknummer
91185U
- LJN
ZC8881
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1991:ZC8881, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 29‑10‑1991
- Wetingang
EUV art. 10; Verdrag van Wittem (EUV) art. 5 lid 1
Essentie
Uitlevering ter executie van Gesamtstrafe ter zake van meer met ongelijke straffen bedreigde feiten: bij het bepalen van de verjaringstermijn moet worden nagegaan op welk(e) feit(en) de zwaarste vrijheidsstraf is gesteld en van die straf moet worden uitgegaan. Nu het recht tot strafexecutie niet verjaard was kan het onjuiste oordeel van de rechtbank dat de verjaring ingevolge art. 77 lid 2 Sr was gestuit niet tot cassatie leiden.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van Rb. Amsterdam 25 juni 1991 omtrent een verzoek van het Ministerie van Justitie van de deelstaat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.