NJ 1993, 119
HR, 02-06-1992, nr. 90922
HR 02-06-1992, ECLI:NL:PHR:1992:AB8029
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
2 juni 1992
- Magistraten
Van Den Blink, Mout, Keijzer, Govaerts, Bleichrodt, Leijten
- Zaaknummer
90922
- LJN
AB8029
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1992:AB8029, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 02‑06‑1992
ECLI:NL:PHR:1992:AB8029, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 02‑06‑1992
- Wetingang
Sv art. 65 lid 2; Sv art. 67a; Sv art. 330
Essentie
1. 's Hofs oordeel dat hernieuwde gevangenneming noodzakelijk was, omdat nieuwe bezwaren waren gerezen, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
2. Door te overwegen dat het, gelet op K.'s detentie in New York, nutteloos voorkomt hem als getuige te dagvaarden of op te roepen, heeft het hof niet uitdrukkelijk beslist op het verzoek om getuige K. zonodig door een rogatoire commissie te doen horen; verzoek cfm. art. 316 Sv; nietigheid.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 21 maart 1991 alsmede tegen alle op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.