NJ 1993, 209
HR, 27-10-1992, nr. 92621
HR 27-10-1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC8430
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
27 oktober 1992
- Magistraten
Haak, Mout, Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, Fokkens
- Zaaknummer
92621
- LJN
ZC8430
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1992:ZC8430, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 27‑10‑1992
- Wetingang
Sv art. 288
Essentie
's Hofs kennelijke oordeel dat de verdediging door het beletten van een vraag redelijkerwijs geen nadeel werd toegebracht, en dat het belang van verdachte bij beantwoording van de vraag moest worden achtergesteld bij het belang van niet-openbaarmaking van de observatiemethode, is niet onbegrijpelijk zodat het hof aldus de beantwoording van de vraag heeft kunnen beletten.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 8 mei 1991 alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen H.Y., te Hengelo (O), adv. mr. ing. J. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.