NJ 1994, 33
Verweer dat tapverslagen zijn vernietigd zonder dat is komen vast te staan dat ze van geen belang waren voor het onderzoek zonder onderbouwing niet aannemelijk
HR 20-04-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9256, m.nt. T.M. Schalken
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 april 1993
- Magistraten
Haak, Mout, Van-Nieuwenkamp Erp Taalman Kip, Leijten
- Zaaknummer
93532
- Noot
T.M. Schalken
- LJN
ZC9256
- JCDI
JCDI:ADS117878:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Voorfase
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC9256, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑04‑1993
- Wetingang
Sv art. 125h lid 1; EVRM art. 6 lid 1
Essentie
's Hofs oordeel dat het verweer dat tapverslagen kennelijk zijn vernietigd zonder dat is komen vast te staan dat ze van geen belang waren voor het onderzoek, als zonder enige feitelijke onderbouwing niet aannemelijk is geworden, zodat het ‘fair trail’-beginsel niet is geschonden, draagt verwerping verweer zelfstandig.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 21 febr. 1992 in de strafzaak tegen J.A.d.G., te Utrecht ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd in het Huis van Bewaring ‘De Schie’ te Rotterdam, adv. mr. G. Spong te 's-Gravenhage.