NJ 1993, 744
Als plaats waar misdrijven en overtreding zijn begaan is mede aan te merken de plaats waar de ingevulde en ondertekende aangiftebiljetten zijn ingeleverd, c.q. waarheen zij zijn gestuurd
HR 27-04-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9346
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
27 april 1993
- Magistraten
Hermans, Beekhuis, Keijzer, Leijten
- Zaaknummer
94300
- LJN
ZC9346
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC9346, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 27‑04‑1993
- Wetingang
Sr art. 225 lid 1; AWR art. 68 lid 1; AWR art. 68 lid 3
Essentie
Als plaats waar de misdrijven, overtreding van art. 68 lid 1 en 3 AWR en art. 225 lid 1 Sr, zijn begaan is mede aan te merken de plaats waar de ingevulde en ondertekende aangiftebiljetten zijn ingeleverd, onderscheidenlijk de plaats waarnaar de valselijk opgemaakte geschriften zijn gezonden.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 16 juni 1992 in de strafzaak tegen M.d.H., te Hippolytushoef, gemeente Wieringen, adv. mr. A.C. Dekker te Hoorn.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.