NJ 1994, 198
Wet Mulder / de als zekerheid overgegeven cheques en girobetaalkaarten mogen terstond na overgifte worden geïnd / verplichting tot zekerheidstelling niet strijdig met het vermoeden van onschuld
HR 09-11-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9488
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
9 november 1993
- Magistraten
Haak, Mout, Bleichrodt, Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, Koster, Meijers
- Zaaknummer
49-93-V
- LJN
ZC9488
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Sancties
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC9488, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 09‑11‑1993
- Wetingang
EVRM art. 6 lid 2; WAHV art. 11 lid 1
Essentie
Wet Mulder. 1. De als zekerheid overgegeven cheques en girobetaalkaarten mogen terstond na overgifte worden geïnd. 2. De verplichting tot zekerheidstelling is niet strijdig met het vermoeden van onschuld.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen de beslissing van de kantonrechter te Utrecht van 23 dec. 1992 betreffende R.C.M.J. te Rotterdam
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen de beslissing van de kantonrechter te Utrecht van 23 dec. 1992 betreffende R.C.M.J. te Rotterdam
Kantonrechter:
Met betrekking tot het formele bezwaar
In art. 21 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.