NJ 1995, 516
Niet verschenen verdachte uit anderen hoofde gedetineerd; raadsvrouw verzoekt deswege aanhouding / hof had onderzoek moeten schorsen teneinde verdachte in gelegenheid te stellen alsnog te verschijnen / dat raadsvrouw woord heeft mogen voeren doet hieraan niet af
HR 06-12-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC9885
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
6 december 1994
- Magistraten
Hermans, Mout, Davids, Koster, Schipper, Meijers
- Zaaknummer
98307
- LJN
ZC9885
- JCDI
JCDI:ADS160702:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Internationaal belastingrecht / Algemeen
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC9885, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 06‑12‑1994
- Wetingang
Sv art. 271; Sv art. 277 lid 3; EVRM art. 6 lid 3 onder c
Essentie
De niet verschenen verdachte was uit anderen hoofde gedetineerd; de raadsvrouw verzoekt deswege om aanhouding. Het hof had het onderzoek moeten schorsen teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog te verschijnen. Dat de raadsvrouw het woord heeft mogen voeren doet hieraan niet af.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie van BS, te Amsterdam.
Hof:
Proces-verbaal zitting hoger beroep
Als raadsvrouw van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam.
Op vordering van de procureur-generaal verleent het gerechtshof verstek tegen de niet verschenen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.