NJ 1995, 394
Tijdens gerechtelijk vooronderzoek op heterdaad ontdekt feit niet begrepen onder feiten waarop gerechtelijk vooronderzoek betrekking heeft / behoeft niet als object van onderzoek in het gerechtelijk vooronderzoek te worden meegenomen
HR 17-01-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC9924
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
17 januari 1995
- Magistraten
Haak, Mout, Koster, Van Dorst
- Zaaknummer
98420
- LJN
ZC9924
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC9924, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 17‑01‑1995
- Wetingang
Sv art. 182 lid 1; Sv art. 258 lid 1
Essentie
Een feit dat tijdens een gerechtelijk vooronderzoek op heterdaad is ontdekt, maar niet is begrepen onder de feiten waarop het gerechtelijk vooronderzoek betrekking heeft, behoeft niet als object van onderzoek in het gerechtelijk vooronderzoek te worden meegenomen. Indien de officier van justitie een vordering ex art. 182 lid 1 Sv niet nodig acht en het feit derhalve niet op de kennisgeving van verdere vervolging wordt vermeld, kan dat feit voor het eerst in de inleidende dagvaarding naar voren komen.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 23 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.