NJ 1995, 685
Klacht door wettige vertegenwoordiger / minderjarig slachtoffer bij politie in de gelegenheid gesteld zijn mening omtrent de wenselijkheid van vervolging kenbaar te maken.
HR 27-06-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0085
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
27 juni 1995
- Magistraten
Haak, Mout, Bleichrodt, Van Dorst
- Zaaknummer
100563
- LJN
ZD0085
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZD0085, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 27‑06‑1995
- Wetingang
Sv art. 165a
Essentie
Klacht door wettige vertegenwoordiger. 's Hofs op het proces-verbaal van verhoor berustende oordeel dat het minderjarige slachtoffer bij de politie in de gelegenheid is gesteld zijn mening omtrent de wenselijkheid van vervolging kenbaar te maken, geeft geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie van Th.G.M.G., zonder bekende woonplaats hier te lande, ten tijde van de bestreden uitspraak preventief gedetineerd in het Huis van Bewaring 'De Boschpoort' te Breda, adv. mr. G. Spong te 's-Gravenhage.
Hof:
De raadsman heeft aangevoerd dat art. 165a van het Wetboek ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.