NJ 1996, 733
Wet getuigenbescherming van toepassing op verhoor anonieme getuige door R-C vóór inwerkingtreding nu inleidende dagvaarding is uitgebracht nà 1 febr. 1994
HR 05-03-1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0122, m.nt. G. Knigge
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 maart 1996
- Magistraten
Haak, Davids, Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, Koster, Corstens, Fokkens
- Zaaknummer
101702
- Noot
G. Knigge
- LJN
ZD0122
- JCDI
JCDI:ADS145565:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:ZD0122, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑03‑1996
- Wetingang
Sv art. 136c; Sv art. 226a lid 1; Sv art. 226b lid 1; Sv art. 295; Wet Getuigenbescherming art. VI
Essentie
Gelet op art. Ⅵ Wet getuigenbescherming had het hof de bij die wet ingevoegde strafvorderlijke bepalingen moeten toepassen op een vóór de inwerkingtreding van die wet door de rechter-commissaris gehouden verhoor van een anonieme getuige, nu de inleidende dagvaarding in de betreffende zaak was uitgebracht ná 1 febr. 1994.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie van J.W.M.F. van de C., ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd in het Huis van Bewaring te 's-Hertogenbosch, adv. mr. G.G.J. Knoops te Amsterdam.
Hof:
Bewijsmiddelen
22
Een proces-verbaal van getuigenverhoor door de rechter-commissaris in strafzaken in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.