NJ 1996, 481
Proces-verbaal terechtzitting met eindbeslissing (OvJ niet-ontvankelijk inz. ‘inhaaldagvaarding’) / hoger beroep ten onrechte opgevat als mede gericht tegen die beslissing
HR 19-03-1996, ECLI:NL:PHR:1996:AD2508
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
19 maart 1996
- Magistraten
Hermans, Keijzer, Bleichrodt, Schipper, Corstens, Van Dorst
- Zaaknummer
101797
- LJN
AD2508
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AD2508, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 19‑03‑1996
ECLI:NL:PHR:1996:AD2508, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑03‑1996
- Wetingang
Sv art. 407 lid 2; Sv art. 442 lid 2
Essentie
Proces-verbaal terechtzitting bevat eindbeslissing (officier van justitie niet-ontvankelijk inzake ‘inhaaldagvaarding’). Hof mocht hoger beroep verdachte — bij gebrek aan belang — niet opvatten als mede gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie van S.Y., ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd in het Huis van Bewaring 'De Noordsingel' te Rotterdam, adv. mr. I.N. Weski te Rotterdam.
Hof:
Een in hoger beroep gevoerd verweer
Ik ben primair van oordeel dat de dagvaardingen uitgebracht tegen de terechtzitting van 30 juni 1993 en 22 september 1993 en de op de vordering nadere omschrijving telastelegging onder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.