NJ 1997, 630
10 lid 2 onder c Jachtwet geldt ook voor handelen met doel eieren gevederd wild te laten uitbroeden en die vogels uit te zetten / uitsterven vogelsoort in jachtgebied geen eis geen verboden ‘uitzetten’ van dieren cfm. 58 lid 2 Jachtwet nadat ex 10 lid 2 onder c / jachtwet eieren zijn geraapt, uitgebroed en broedsel weer in veld gebracht ter instandhouding wild
HR 20-05-1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0712
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 mei 1997
- Magistraten
Hermans, Keijzer, Aaftink
- Zaaknummer
104709
- Conclusie
A-G Van Dorst
- LJN
ZD0712
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:ZD0712, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑05‑1997
- Wetingang
Sv art. 359 lid 1; Sv art. 359 lid 3; Jachtwet art. 10 lid 1; Jachtwet art. 10 lid 2 onder c; Jachtwet art. 58 lid 2
Essentie
1.
1. Art. 10 lid 2 sub c Jachtwet geldt ook voor handelen met doel eieren gevederd wild te laten uitbroeden en die vogels uit te zetten. Uitsterven vogelsoort in jachtgebied geen eis.
2.
2. Geen verboden ‘uitzetten’ van dieren cfm. art. 58 lid 2 Jachtwet nadat ex art. 10 lid 2 sub c Jachtwet eieren zijn geraapt, uitgebroed en broedsel weer in veld gebracht ter instandhouding wild.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Assen van 24 mei 1996 in de strafzaak tegen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.