NJ 1999, 772
Onjuiste voorlichting over afspraken met getuige in casu niet relevant
HR 08-06-1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1611
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
8 juni 1999
- Magistraten
Davids, Koster, Corstens, Van Buchem-Spapens, Balkema
- Zaaknummer
109864
- Conclusie
A-G Jörg
- LJN
ZD1611
- JCDI
JCDI:ADS145609:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:ZD1611, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 08‑06‑1999
- Wetingang
Essentie
Het hof heeft het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is wegens bewuste misleiding door de officier van justitie van rechter-commissaris, rechtbank en hof inzake de OM-overeenkomst met medeverdachte P. kunnen verwerpen op grond van de omstandigheid dat P. niet ten nadele van de verdachte heeft verklaard, zodat hij door de gang van zaken rond die overeenkomst niet in zijn belangen is geschaad.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 27 februari 1998 in de strafzaak tegen J. de G., te Breda, adv. mr. H.H.M. van Dijk ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.