NJ 2000, 26
Rechter beslist op vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf, die is opgelegd in een zaak waarin deze rechter als rechter-commissaris heeft opgetreden. Nu bij de beoordeling van de vordering de zaak niet inhoudelijk wordt beoordeeld, kan niet gezegd worden dat deze rechter oordeelt in een zaak waarin hij enig onderzoek heeft verricht.
HR 26-10-1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1661
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
26 oktober 1999
- Magistraten
Haak, Bleichrodt, Corstens, Van Buchem-Spapens
- Zaaknummer
112299
- Conclusie
A-G Jörg
- LJN
ZD1661
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:ZD1661, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 26‑10‑1999
- Wetingang
Sv art. 268; EVRM art. 6 lid 1
Essentie
Rechter beslist op vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf, die is opgelegd in een zaak waarin deze rechter als rechter-commissaris heeft opgetreden. Nu bij de beoordeling van de vordering de zaak niet inhoudelijk wordt beoordeeld, kan niet gezegd worden dat deze rechter oordeelt in een zaak waarin hij enig onderzoek heeft verricht.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 15 september 1998 in de strafzaak tegen T.W.A. te Ermelo, adv. mr. M.R. Mantz te 's-Gravenhage.
Hof:
Uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep de verdachte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.