Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/2.4.2
2.4.2 Hypothecaire bevoegdheden naar Nederlands recht
S.J.L.M. van Bergen, datum 13-11-2018
- Datum
13-11-2018
- Auteur
S.J.L.M. van Bergen
- JCDI
JCDI:ADS625438:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:268 BW. Onder het oud BW moest ook de verkoopbevoegdheid van de hypotheekhouder expliciet in de akte worden bedongen: het beding van eigenmachtige verkoop, zie art. 1223 BW oud.
Asser/Van Mierlo 3-VI 2016, nr. 383. In de literatuur wordt nog wel gediscussieerd over de vraag of een beding in de toepasselijke algemene voorwaarden, waarnaar in de hypotheekakte wordt verwezen, niet voldoende zou moeten zijn. Zie in bevestigende zin Loesberg & Van Ingen 2010 en Struycken & Wijnstekers 2016 en in ontkennende zin Huijgen 2018, nr. 13 en Van Velten 2015, p. 723.
Gerver spreekt al in 1994 het vermoeden uit dat deze bevoegdheden uiteindelijk ook bij wet zullen worden geregeld, zoals het ook het wettelijke recht van parate executie het in voetnoot 50 genoemde beding van eigenmachtige verkoop overbodig heeft gemaakt (art. 3:268 BW). Zie Gerver 1994a, p. 69. Ook Van Mierlo vraagt zich, in mijn ogen terecht, af of het niet beter zou zijn geweest om van deze nevenbevoegdheden de standaard te maken, met de mogelijkheid dat partijen daarvan in de hypotheekakte afwijken. Zie Asser/Van Mierlo 3-VI 2016, nr. 383.
Art. 3:264 BW.
Anders dan de Engelse hypotheekhouder heeft een hypotheekhouder naar Nederlands recht slechts één wettelijke bevoegdheid: het recht van parate executie.1 Overige bevoegdheden moeten nadrukkelijk tussen hypotheekhouder en hypotheekgever worden bedongen en zij moeten in de hypotheekakte worden opgenomen om ook derdenwerking te verkrijgen.2 Praktisch is dit vereiste overigens nauwelijks relevant, want alle hypotheekbedingen worden standaard in hypotheekakten opgenomen. In dit proefschrift wordt er daarom verder van uitgegaan dat een Nederlandse hypotheekhouder ‘gewoon’ over alle bij wet geregelde overeen te komen bevoegdheden beschikt.3
De belangrijkste bedingen en de daarop gestoelde bevoegdheden die in dit proefschrift worden besproken, zijn de volgende.
Een huurbeding, op grond waarvan de hypotheekhouder onder meer bepaalde huurovereenkomsten kan vernietigen en cessie of verpanding van de huurpenningen door de hypotheekgever niet tegen hem kan worden ingeroepen.4
Een beheersbeding, op grond waarvan de hypotheekhouder het vastgoed in beheer kan nemen en bijvoorbeeld onderhouds- en verhuurwerkzaamheden kan verrichten.5
Een beding van onder zich nemen, op grond waarvan de hypotheekhouder onder meer de hypotheekgever uit het vastgoed kan ontruimen.6
Wat direct opvalt aan het Nederlandse bevoegdhedenpalet ten opzichte van het Engelse, is dat het bestaat uit verschillende minder omvangrijke bevoegdheden, die alle apart moeten worden bedongen en ingeroepen. In hoofdstuk 6 tot en met 8 zal blijken dat dit tot een verschil in toepassingsmogelijkheden zal leiden in de aldaar besproken uitwinningstrajecten.