NJ 2002, 125
Motivering PIJ-maatregel.
HR 25-09-2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4300
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
25 september 2001
- Magistraten
C.J.G. Bleichrodt, F.H. Koster, A.M.J. van Buchem-Spapens
- Zaaknummer
00130/01J
- Conclusie
A-G Keijzer
- LJN
AD4300
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2001:AD4300, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑09‑2001
ECLI:NL:HR:2001:AD4300, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 25‑09‑2001
- Wetingang
Sr art. 77s; Sr art. 77v; Sv art. 359 lid 6; Sv art. 496
Essentie
Het hof hoefde bij de motivering van de PIJ-maatregel niet expliciet te betrekken hetgeen door de ouders en de raadsman hieromtrent was aangevoerd.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 31 mei 2000, nummer 21/000042–00, in de strafzaak tegen G.F.J.N., adv. mr. J.M. Sjöcrona te 's-Gravenhage.
Hof:
De uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep — met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Zutphen van 25 november 1999, — de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 1 primair en 3 primair ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.