HR, 25-09-2001, nr. 03090/00
ECLI:NL:HR:2001:AB3287
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
25-09-2001
- Zaaknummer
03090/00
- LJN
AB3287
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:PHR:2001:AB3287, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑09‑2001
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2001:AB3287
ECLI:NL:HR:2001:AB3287, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 25‑09‑2001; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AB3287
- Wetingang
art. 95 Wet op de rechterlijke organisatie
- Vindplaatsen
Conclusie 25‑09‑2001
Nr. 03090/00
Mr Wortel
Zitting: 12 juni 2001
Conclusie inzake:
[Verdachte=verzoeker]
Edelhoogachtbaar College,
1.
Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft verzoeker vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.
2.
Tegen die uitspraak heeft verzoeker cassatie ingesteld; middelen zijn door of namens hem evenwel niet ingediend. Als cassatiemiddel kan om na te melden reden niet worden aangemerkt de aantekening op de van het instellen van cassatie opgemaakte akte dat verzoeker
"verklaarde in cassatie te komen van het feit dat ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2000 afstand is gedaan van 5 hennepplanten onder rolnummer 20.000056.00 door dit Hof gewezen in de zaak tegen [verdachte] voornoemd".
3.
Verzoeker zal in dit cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. Art. 430 Sv houdt namelijk in dat cassatieberoep tegen een vrijspraak niet is toegelaten. Daarop is in de rechtspraak een uitzondering gemaakt voor de gevallen waarin - kort gezegd - de vrijspraak berust op een verkeerde uitleg van de tenlastelegging, zodat is vrijgesproken van iets anders dan de verdachte werd verweten, maar die uitzonderlijke situatie is hier niet aan de orde.
4.
Aldus ten overvloede merk ik op dat, nog afgezien van de zo-even genoemde wettelijke beperking, cassatieberoep alleen gericht kan zijn tegen uitspraken (vonnissen of arresten) of beschikkingen (beslissingen die niet op de openbare terechtzitting zijn uitgesproken). Weliswaar kan een cassatieberoep worden beperkt tot een gedeelte van een vonnis of arrest (art. 429 Sv), doch ook een beperkt cassatieberoep zal gericht moeten zijn tegen een beslissing van de rechter die in de uitspraak is vermeld.
5.
Blijkens de hierboven weergegeven aantekening op de cassatie-akte wenst verzoeker op te komen tegen de omstandigheid dat hij ter terechtzitting afstand heeft gedaan van de onder hem inbeslaggenomen 5 hennepplanten. Dat is een mededeling omtrent een gebeurtenis ter terechtzitting, en geen in het arrest opgenomen beslissing. Ook daarom zou verzoeker in dit cassatieberoep niet ontvangen kunnen worden.
6.
Tenslotte heeft verzoeker niet duidelijk gemaakt wat er mis is aan de vermelding dat hij afstand van de hennepplanten heeft gedaan. Van degene die cassatie instelt moet worden verlangd dat hij zo nauwkeurig mogelijk omschrijft in welk opzicht de rechter het recht onjuist heeft toegepast of essentiële vormvoorschriften niet heeft nageleefd. Dat is in de aantekening op de cassatie-akte niet te vinden. Daarom is die aantekening geen cassatiemiddel.
7.
Verzoeker zij er op gewezen dat, wellicht behoudens zeer klemmende aanwijzingen voor het tegendeel, aangenomen moet worden dat in het proces-verbaal van de terechtzitting op juiste wijze is beschreven wat er op de zitting is gebeurd. De vermelding dat verzoeker ter terechtzitting afstand deed van de hennepplanten valt in beginsel niet te betwisten. Nu verzoeker afstand van die planten heeft gedaan, was het Hof ook niet gehouden daaromtrent een beslissing te nemen.
8.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in dit cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Uitspraak 25‑09‑2001
Inhoudsindicatie
-
Partij(en)
25 september 2001
Strafkamer
nr. 03090/00
ACH/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 augustus 2000, nummer 20/000056-00, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Breda van 14 september 1999 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding tenlastegelegde.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het beroep.
3. Beoordeling van de bevoegdheid van de Hoge Raad
3.1.1.
Een door de griffier van het Gerechtshof opgemaakte akte houdt in dat de verdachte ter griffie van het Hof is verschenen en aldaar heeft verklaard
"in cassatie te komen van het feit dat ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2000 afstand is gedaan van 5 hennepplanten [...]."
3.1.2.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 14 augustus 2000 houdt als verklaring van de verdachte, voorzover hier van belang, in:
"Ik doe afstand van de inbeslaggenomen hennep."
3.2.
Volgens art. 95 RO kan het beroep in cassatie alleen gericht zijn tegen handelingen en beslissingen van de rechter. Geen wetsbepaling geeft aan de Hoge Raad de bevoegdheid kennis te nemen van een cassatieberoep tegen een verklaring van de verdachte waarbij deze afstand heeft gedaan van inbeslaggenomen voorwerpen.
4.Beslissing
De Hoge Raad verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 25 september 2001.