JOL 2001, 785
Niet-ontvankelijkheid van veroordeelde in beroep omdat hij niet aan de verplichting tot consignatie uit art. 575 Sv kan voldoen. Strafprocesrecht
HR 25-09-2001, ECLI:NL:HR:2001:AD6519
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
25 september 2001
- Magistraten
C.J.G. Bleichrodt, G.G. van Erp Taalman Kip, F.H. Koster
- Zaaknummer
3964B
- LJN
AD6519
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2001:AD6519, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 25‑09‑2001
Essentie
Niet-ontvankelijkheid van veroordeelde in beroep omdat hij niet aan de verplichting tot consignatie uit art. 575 Sv kan voldoen. Strafprocesrecht
Samenvatting
Uitspraak
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen de beschikking van de Kantonrechter te Delft van 25 november 1998 betreffende:
(veroordeelde) te (woonplaats).
Hoge Raad:
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Bij tussenbeschikking van 10 oktober 2000, die aan deze beschikking is gehecht en daarvan deel uitmaakt, heeft de Hoge Raad de veroordeelde alsnog in de gelegenheid gesteld te voldoen aan het in art. 575, derde lid, Sv voor de ontvankelijkheid ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.