NJ 2002, 187
Poging tot mensenhandel; bijzondere voorwaarde volgen van therapie.
HR 02-10-2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2806
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
2 oktober 2001
- Magistraten
W.J.M. Davids, G.J.M. Corstens, B.C. de Savornin Lohman
- Zaaknummer
02897/00
- Conclusie
A-G Machielse
- LJN
AB2806
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2001:AB2806, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 02‑10‑2001
ECLI:NL:HR:2001:AB2806, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 02‑10‑2001
- Wetingang
Sr art. 14c lid 2 onder 5; Sr art. 45; Sr art. 250a
Essentie
1. Gedragingen die geëigend zijn om vrouwen door misleiding tot prostitutie te brengen kunnen worden beschouwd als uitvoeringshandelingen van mensenhandel.
2. Bijzondere voorwaarde dat verdachte zich laat behandelen op afdeling GGZ Eindhoven zolang de reclasseringsinstelling dat nodig oordeelt, is niet ontoelaatbaar.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 11 februari 2000, nummer 20/002224–99, in de strafzaak tegen M.B., adv. mr. G. Spong te Amsterdam.
Hof:
De uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep — met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.