NJ 2002, 202
Afzien van horen getuige op grond van haar gezondheidstoestand.
HR 16-10-2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB3297
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
16 oktober 2001
- Magistraten
C.J.G. Bleichrodt, F.H. Koster, E.J. Numann
- Zaaknummer
03259/00
- Conclusie
A-G Jörg
- LJN
AB3297
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2001:AB3297, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 16‑10‑2001
ECLI:NL:PHR:2001:AB3297, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑10‑2001
- Wetingang
EVRM art. 6 lid 1; Sv art. 264 lid 1 onder b; Sv art. 288 lid 1 onder b
Essentie
Het hof kon, gelet op de rapportage van een psychiater, oordelen dat het gegronde vermoeden bestond dat de gezondheidstoestand van de getuige door het afleggen van een verklaring, hetzij bij de RC, hetzij ter terechtzitting, ernstig in gevaar zou worden gebracht en dat deze inbreuk op het verdedigingsrecht niet tot gevolg had dat geen sprake meer zou zijn van een fair trial.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 21 april 2000, nummer 20/000935–99, in de strafzaak tegen R.H.J.M.E. S., adv. mr. G. Spong te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.