NJ 2002, 110
Intrekken cassatiemiddel.
HR 30-10-2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4299
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
30 oktober 2001
- Magistraten
W.J.M. Davids, G.J.M. Corstens, A.J.A. van Dorst
- Zaaknummer
01138/01U
- Conclusie
A-G Machielse
- LJN
AD4299
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2001:AD4299, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 30‑10‑2001
ECLI:NL:HR:2001:AD4299, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 30‑10‑2001
- Wetingang
Sv art. 437 lid 2; UW art. 31 lid 4
Essentie
Als na intrekking van een of meer middelen geen middel van cassatie meer resteert, is de verzoeker alsnog niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem van 22 mei 2001, nummer 15/700009–01, op een verzoek van Bondsrepubliek Duitsland tot uitlevering van S.E.B.N., adv. mrs. G.P. Hamer en A.M. Ficq-Kengen te Amsterdam.
Hoge Raad:
1. De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft de gevraagde uitlevering van B.N. aan Duitsland toelaatbaar verklaard ter strafvervolging van B.N. ter zake van de in de bestreden uitspraak omschreven feiten.