NJ 2002, 356
Geen onzuivere vrijspraak moord en doodslag.
HR 26-03-2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9209
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
26 maart 2002
- Magistraten
Davids, Van Dorst, Numann
- Zaaknummer
00911/01
- Conclusie
A-G Wortel
- LJN
AD9209
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2002:AD9209, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑03‑2002
ECLI:NL:HR:2002:AD9209, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 26‑03‑2002
- Wetingang
Sv art. 430
Essentie
Een vrijspraak die is gebaseerd op een onjuist oordeel omtrent het bewijsrecht, inclusief de regels van HR NJ 1994, 427, is in cassatie onaantastbaar. Geen onzuivere vrijspraak van moord en doodslag, die berust op het oordeel dat de betrouwbaarheid van een bij de politie afgelegde zeer belastende getuigenverklaring niet kon worden getoetst door die getuige ter zitting te horen.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 maart 2001, nummer 22/000727–00, in de strafzaak tegen G.S. alias D.G., adv. mr. Moszkowicz te Maastricht.